ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9760
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht om verlening en verlenging van een verblijfsvergunning op verschillende gronden waaronder asiel, medische behandeling en tijdsverloop in de asielprocedure. Verweerder wees de aanvragen af, onder meer vanwege onvoldoende aannemelijkheid van vluchtelingenstatus, medische situatie en een contra-indicatie wegens een transactie voor winkeldiefstal.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderscheid heeft gemaakt tussen de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het asielrelaas, wat essentieel is voor de rechterlijke toetsing. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering en is het besluit strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook is onvoldoende ingegaan op medische verklaringen van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, terwijl niet duidelijk is of de medische situatie van eiser adequaat is beoordeeld.
Ten aanzien van de weigering op grond van tijdsverloop in de asielprocedure handhaaft de rechtbank het besluit, gezien de contra-indicatie wegens het strafbare feit en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en beveelt een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 28 en medische verlenging wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens tijdsverloop wordt ongegrond verklaard.