ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9728
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, afkomstig uit Liberia, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees de aanvraag af op basis van artikel 31, tweede lid, onder c en f, omdat eiser zich niet tijdig had gemeld en geen documenten kon overleggen. De rechtbank stelde vast dat verweerder het gehele relaas van eiser ongeloofwaardig achtte, waardoor de toepassing van beide omstandigheden naast elkaar niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit innerlijk tegenstrijdig is en een draagkrachtige motivering ontbeert. Tevens werd vastgesteld dat het oordeel over de negatieve belangstelling van de autoriteiten zowel een feitelijke als juridische kant heeft, waarbij de rechtbank de juridische kant volledig toetst. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden die eiser had meegemaakt.
Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.