ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8984
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige tenuitvoerlegging vrijheidsontnemende maatregel bij twijfel meerderjarigheid vreemdeling
De vreemdeling, geboren in 1989 en van Liberiaanse nationaliteit, werd op 5 augustus 2003 de toegang tot Nederland geweigerd en onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel. Verweerder stelde dat de vreemdeling evident meerderjarig was, gebaseerd op optische waarneming en samenspraak tussen medewerkers. De vreemdeling betwistte dit en overhandigde verklaringen van twee rechtshulpverleners en een arts die stelden dat hij mogelijk minderjarig was.
De rechtbank onderzocht de stukken en constateerde dat de aanduiding 'evident meerderjarig' onvoldoende onderbouwd was. De optische waarneming en samenspraak waren niet duidelijk gedocumenteerd en de verklaringen van de rechtshulpverleners en arts gaven aanleiding tot gerede twijfel over de meerderjarigheid.
De rechtbank oordeelde dat deze twijfel niet in het nadeel van de vreemdeling mocht uitvallen en dat hij daarom als minderjarig moest worden beschouwd. De wijze van tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel was daardoor onrechtmatig en moest worden gewijzigd. De vreemdeling moest binnen drie dagen worden overgebracht naar een inrichting geschikt voor minderjarigen.
Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging betrof, en ongegrond voor het overige. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is ten uitvoer gelegd vanwege twijfel aan de meerderjarigheid en beveelt overplaatsing naar een inrichting voor minderjarigen.