ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring vreemdelinge na gebrekkige aanvraag verblijfsvergunning
De vreemdelinge, met Soedanese nationaliteit, werd op 30 augustus 2003 in bewaring gesteld. Zij diende op 19 september 2003 een verzoek in voor een verblijfsvergunning, maar dit verzoek was niet via het voorgeschreven formulier en niet aan de korpschef gericht, waardoor sprake was van een gebrekkige aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat deze gebrekkige aanvraag dezelfde rechtsgevolgen heeft als een correcte aanvraag, met uitzondering van de opschorting van de beslistermijn. Vanaf de verzenddatum van de aanvraag (25 september 2003) heeft de vreemdelinge rechtmatig verblijf en wordt zij geacht in bewaring te zijn. De wettelijke termijn van vier weken voor bewaring begon op die datum en eindigde op 22 oktober 2003.
De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring na deze termijn onrechtmatig en verklaart het beroep gegrond. Tevens wordt een schadevergoeding van €1.260 toegekend voor 18 dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van de vreemdelinge toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe voor onrechtmatige bewaring.