ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8431
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring in politiecel
Eiser werd op 10 juni 2003 in bewaring gesteld, aanvankelijk in een politiecel, waar hij veertien dagen verbleef. Verweerder heeft de bewaring later opgeheven vanwege strafrechtelijke detentie en eiser overgeplaatst naar een huis van bewaring.
Eiser stelde primair dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van vier weken kon beslissen op zijn verblijfsvergunningaanvraag. Subsidiair stelde hij dat hij onrechtmatig langer dan tien dagen in een politiecel verbleef zonder dat verweerder een bijzondere omstandigheid had aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat verweerder bij aanvang van de bewaring al wist dat niet binnen vier weken kon worden beslist. Wel was de overschrijding van de tien-dagentermijn in de politiecel onrechtmatig omdat verweerder niet tijdig een oordeel had gevormd over bijzondere omstandigheden. Desondanks wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen grondslag biedt voor vergoeding bij wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging.
De rechtbank veroordeelde verweerder wel in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €966,-, en wees het beroep verder ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring in een politiecel wordt afgewezen.