ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling uit China wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling afkomstig uit China, kreeg in 2000 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking amv, die meerdere malen werd verlengd tot 28 december 2003. Verweerder maakte in juni 2002 bekend voornemens te zijn de vergunning in te trekken en deed dit bij besluit van 8 oktober 2002. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de intrekking onrechtmatig was vanwege gewekt vertrouwen, integratie in Nederland en het ontbreken van een zorgvuldige procedure.
De rechtbank overwoog dat het bestuursorgaan slechts begunstigend mag beschikken indien dit in overeenstemming is met het geldende recht op het moment van beslissen. Verweerder mocht niet de vergunning verlengen terwijl bekend was dat dit in strijd was met het gewijzigde beleid voor Chinese amv’s, zonder toetsing aan de aanvraag en met het voornemen tot latere intrekking. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank vond de motivering van verweerder onvoldoende om het vertrouwen van eiser te doorbreken en oordeelde dat het bestreden besluit vernietigd moest worden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (€644) en het griffierecht (€109) van eiser. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.