ECLI:NL:RBSGR:2003:AN1240
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bescherming in Nederland
Eisers, afkomstig uit Iran en behorend tot de Koerdische bevolkingsgroep, hebben een asielaanvraag ingediend na jarenlang verblijf in Nederland op grond van een verblijfsvergunning voor studie. Zij stelden dat zij vanwege politieke vervolging en discriminatie bescherming behoefden. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat het asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht, mede vanwege het langdurige verblijf in Turkije zonder asiel te vragen en het feit dat zij pas na acht jaar in Nederland melding maakten van hun asielmotieven.
De rechtbank heeft de jurisprudentie van het EHRM, waaronder de arresten Chahal en Hilal, betrokken bij de toetsing en geoordeeld dat de nationale rechter terughoudend mag toetsen. De rechtbank vond dat verweerder in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen dat het relaas ongeloofwaardig was. De door eisers overgelegde brieven van de Koerdische Democratische Partij in Iran (KDPI) boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Verder is vastgesteld dat er geen sprake is van een reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer en dat de eisers niet voldeden aan het beleid voor verblijfsvergunningen op grond van tijdsverloop. De hoorplicht is niet geschonden omdat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eisers. De beroepen zijn ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en hun asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas.