ECLI:NL:RBSGR:2003:AM7954
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 31 juli 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Deze bewaring werd op 7 augustus 2003 opgeheven, waarna eiser op dezelfde dag opnieuw in bewaring werd gesteld. Eiser stelde dat het besluit tot tweede bewaring was gebaseerd op informatie die onrechtmatig was verkregen tijdens de eerste bewaring. Verweerder kon niet verklaren waarom de eerste bewaring was opgeheven.
De rechtbank oordeelde dat zij niet kon uitsluiten dat de eerste bewaring was opgeheven vanwege onrechtmatig verkregen informatie, en dat het gebruik van deze informatie in de tweede bewaring onrechtmatig was. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de eerdere bewaring niet ter toetsing stond.
Gezien de omstandigheden, waaronder de levensomstandigheden van eiser, kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €280 voor vier dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van €644 aan verweerder opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard en de bewaring onrechtmatig bevonden.
Uitkomst: Het beroep tegen de tweede inbewaringstelling is gegrond verklaard en eiser ontvangt een schadevergoeding van €280.