ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3020
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende voortvarendheid bij vertrek vreemdeling
De vreemdeling, van Palestijnse origine en afkomstig uit Libanon, werd op 8 mei 2003 de toegang tot Nederland geweigerd en direct een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank had eerder een beroep tegen deze maatregel ongegrond verklaard, maar bij dit vervolgberoep stelt de gemachtigde dat voortduring van de maatregel niet langer gerechtvaardigd is vanwege onvoldoende actie van verweerder.
De rechtbank constateert dat de vreemdeling zelf contact moet opnemen met de UNWRA om een bewijs van inschrijving te verkrijgen, noodzakelijk voor een persoonlijke presentatie bij de Libanese autoriteiten. Hoewel verweerder de vreemdeling hierop heeft gewezen, weigerde deze medewerking. Verweerder heeft echter nagelaten zelf contact met de UNWRA op te nemen, waardoor de impasse voortduurt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat het belang van de vreemdeling bij opheffing van de maatregel zwaarder weegt dan het belang van handhaving. Daarom wordt de vrijheidsontnemende maatregel per direct opgeheven, terwijl het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij het faciliteren van het vertrek van de vreemdeling.