ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Eiser, een Congolese nationaliteit, diende op 16 februari 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De Minister wees deze aanvraag af op grond van twijfel aan de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het relaas van eiser. De rechtbank beoordeelde het dossier, waaronder overgelegde documenten en het nader gehoor, en constateerde dat eiser geen verschoonbare redenen had voor het ontbreken van bepaalde reisdocumenten, maar dat dit op zichzelf het relaas niet ongeloofwaardig maakte.
De rechtbank stelde vast dat de Minister onzorgvuldig had gehandeld door een overgelegde attestation terzijde te schuiven zonder onderzoek naar de echtheid, terwijl dit document essentieel was voor de onderbouwing van het relaas. Ook concludeerde de rechtbank dat vermeende discrepanties in de verklaringen van eiser niet substantieel waren wanneer deze in hun context werden bezien. Verder was het onduidelijk waarop de Minister de conclusie baseerde dat eiser in een gevangenis zou zijn gedetineerd, terwijl eiser sprak over een verlaten huis.
De rechtbank oordeelde dat het oordeel van de Minister over de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het relaas onvoldoende was gemotiveerd en niet kon standhouden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek.