ECLI:NL:RBSGR:2003:AL7501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M.J. Schröder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking voorwaardelijke verblijfsvergunning Somalische minderheid wegens onvoldoende motivering verblijfsalternatief
Eiser, een Somalische minderheid, kreeg zijn voorwaardelijke verblijfsvergunning ingetrokken door verweerder, de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, op basis van het beleid dat een verblijfsalternatief aanwezig zou zijn in Noord-Somalië. Verweerder baseerde zich op ambtsberichten en beleidsbrieven waarin werd gesteld dat de bestuurlijke structuren in Puntland en Somaliland voldoende bescherming bieden, waardoor categoriale bescherming voor minderheden niet langer nodig zou zijn.
De rechtbank beoordeelde dat de stukken van het Ministry of Resettlement en het Britse Immigration and Nationality Directorate juist aanwijzingen bevatten dat het verblijfsalternatief niet toegankelijk is voor minderheden die niet tot de dominante clans behoren. De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom gebieden als Hiiraan, Galgaduud en Zuid-Mudug als verblijfsalternatief kunnen gelden, aangezien daar geen vergelijkbare bestuurlijke structuren zijn.
Verder overwoog de rechtbank dat praktische belemmeringen voor terugkeer relevant zijn bij de beoordeling van het verblijfsalternatief, en dat verweerder ten onrechte stelde dat deze geen rol spelen. Gezien deze tekortkomingen vernietigde de rechtbank de beschikking en beval verweerder tot een nieuwe beslissing. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking van de voorwaardelijke verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering van het verblijfsalternatief en wijst het beroep toe.