ECLI:NL:RBSGR:2003:AL3261
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- L. de Loor Alwin
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandelingstelling verblijfsvergunning zonder wijziging rechtsgevolgen
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van verweerder om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning bij partner buiten behandeling te stellen omdat hij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder handhaafde dit besluit en wees het beroep af, stellende dat het mvv-vereiste strikt moet worden toegepast en dat geen positieve verplichting bestaat op grond van artikel 8 EVRM Pro om hiervan af te wijken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht artikel 16a van de Vreemdelingenwet toepaste in plaats van artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en de Vw 2000. Echter, de rechtbank liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het toepasselijke recht geen ander beoordelingskader biedt en geen aanleiding bestaat voor afwijking.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser geen rechtmatig verblijf was toegestaan en geen positieve verplichting bestaat om het mvv-vereiste te laten varen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €322 en de Staat der Nederlanden moest het griffierecht van €109 aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot buiten behandelingstelling van de verblijfsvergunningaanvraag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.