ECLI:NL:RBSGR:2003:AL1799
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van bewaring vreemdeling wegens onjuiste grondslag
Eiser, een vreemdeling uit Niger, werd op 19 mei 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Deze bewaring is beperkt tot een maximale duur van vier weken. Op 12 juni 2003 werd de bewaring voortgezet, maar dan op basis van artikel 59, eerste lid en onder a, Vw 2000, wat in principe een onbeperkte duur toestaat.
De rechtbank oordeelt dat deze voortzetting onrechtmatig is omdat de overschrijding van de vier weken niet te wijten was aan het gedrag van de vreemdeling. Verweerder gebruikte zijn bevoegdheid om de bewaring op een andere grondslag voort te zetten onjuist, met als enige reden het niet doorgaan van een eerder geboekte vlucht.
Hoewel verweerder stelde dat de categoriewijziging rechtsgeldig was en de administratieve fout in het proces-verbaal slechts een vergissing betrof, concludeert de rechtbank dat de bewaring vanaf 12 juni 2003 onrechtmatig is geworden. Daarom beveelt de rechtbank de onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring is onrechtmatig voortgezet en wordt per direct opgeheven.