ECLI:NL:RBSGR:2003:AL1714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek medische zorg bij overdracht Duitsland
Eisers, een Iraaks gezin, vroegen verblijfsvergunningen aan onder verschillende beperkingen, waaronder medische behandeling voor de vader. Verweerder wees de aanvragen af, stellende dat overdracht naar Duitsland mogelijk is in het kader van een Dublinclaim, waar de medische zorg vergelijkbaar zou zijn. De vader leed aan ernstige psychische klachten met suïciderisico, waarvoor ononderbroken behandeling noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de directe beschikbaarheid van medische zorg in Duitsland, terwijl uit de medische rapporten en door eisers aangevoerde informatie bleek dat onderbreking van de behandeling een acute medische noodsituatie zou veroorzaken. Verweerder ging ten onrechte uit van een algemeen vergelijkbaar zorgniveau zonder te toetsen of de behandeling direct kon worden voortgezet.
Verder stelde de rechtbank vast dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro in deze procedure niet aan de orde is; eisers dienen hiervoor een asielaanvraag in te dienen. De beroepen van het gezin werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de overwegingen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van verblijfsvergunningen wegens onvoldoende onderzoek naar directe medische zorg bij overdracht naar Duitsland en wijst het beroep toe.