ECLI:NL:RBSGR:2003:AK8191
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank inzake schadevergoeding tenuitvoerlegging bewaring vreemdeling
De vreemdeling met Palestijnse nationaliteit werd op 19 september 2002 een maatregel van bewaring opgelegd. De rechtbank had bij uitspraak van 7 oktober 2002 het beroep gegrond verklaard voor de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring vanaf 30 september 2002, maar het beroep voor het overige ongegrond.
Vervolgens verzocht de vreemdeling om schadevergoeding wegens de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring in een politiecel in plaats van een huis van bewaring. De rechtbank oordeelde dat artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 uitsluitend schadevergoeding toekent bij onrechtmatigheid van de bewaring zelf, niet bij de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
Daarnaast is artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing omdat het doen voortduren van de bewaring in een politiecel niet onder het besluitbegrip van de Awb valt en de Awb niet van toepassing is op vrijheidsbenemende maatregelen op grond van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank benadrukte dat artikel 106 Vw Pro 2000 als lex specialis de algemene regeling van artikel 8:73 Awb Pro uitsluit. Daarom bestaat er geen grond voor schadevergoeding in dit geval. De rechtbank verklaarde zich dan ook onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding wegens de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring.