ECLI:NL:RBSGR:2003:AK3455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening inzake vrijstelling mvv-vereiste voor Turkse zelfstandige
Verzoeker, een Turkse onderdaan die sinds 2001 in Nederland verblijft, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om als zelfstandige te werken. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker beriep zich op de stand-stillbepaling van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije, stellende dat deze bepaling hem vrijstelt van het mvv-vereiste.
De voorzieningenrechter overwoog dat het mvv-vereiste al sinds 1967 bestaat, maar dat destijds het ontbreken van een mvv op zichzelf onvoldoende was om een verblijfsvergunning te weigeren. Verweerder had niet voldoende onderzocht of het huidige mvv-vereiste strengere voorwaarden stelt dan die golden bij het inwerkingtreden van het Aanvullend Protocol in 1973. Het Savas-arrest van het Hof van Justitie werd hierbij als leidraad genomen.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, met veroordeling van verweerder in de proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een mvv wordt voorlopig buiten toepassing gelaten.