ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van Sonsbeeck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en zicht op uitzetting van Somalische vreemdeling
De vreemdeling, met de Somalische nationaliteit, werd op 19 mei 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank behandelde het beroep op 28 mei en 11 juni 2003, waarbij de vreemdeling in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde aanwezig was. De rechtbank heropende het onderzoek en vroeg nadere informatie over het zicht op uitzetting naar Somalië.
Verweerder verstrekte op 13 juni 2003 een brief waarin werd toegelicht dat in 2003 vijftien personen gedwongen naar Somalië waren teruggekeerd via het Nairobi-traject. Dit traject houdt in dat de vreemdeling vanuit Schiphol naar Nairobi wordt verwijderd onder begeleiding, en vervolgens door Keniaanse immigratieautoriteiten naar Galkayo in Somalië wordt gebracht, een relatief veilig gebied. De vreemdeling beschikt over een geldig Somalisch paspoort en een vliegticket voor het traject Nairobi-Galkayo.
De vreemdeling betoogde dat onvoldoende zicht op uitzetting bestond vanwege de situatie in Somalië, maar de rechtbank oordeelde dat op basis van de ontvangen informatie voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De rechtbank vond ook dat de bewaring rechtmatig was toegepast, gelet op het ontbreken van identiteitspapieren, het niet naleven van vertrektermijn, en eerdere veroordelingen van de vreemdeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de bewaring van de Somalische vreemdeling wegens voldoende zicht op uitzetting.