ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1551
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen uitlevering aan Verenigde Staten ondanks bezwaren
Eiser, gedetineerd en vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen, verzocht de rechtbank om uitlevering aan de Verenigde Staten te voorkomen. Hij stelde dat recente ontwikkelingen, disproportionele vervolgingsdrang, zijn staatloosheid en de mogelijke onmenselijk hoge straf in de VS uitlevering in de weg staan.
De rechtbank overwoog dat Nederland op grond van het uitleveringsverdrag met de VS verplicht is medewerking te verlenen tenzij dwingende weigeringsgronden gelden, welke niet zijn aangetoond. De vermeende disproportionele vervolgingsdrang en staatloosheid werden niet als weigeringsgrond erkend. Ook de mogelijke lange duur van uitleveringsdetentie en de hoogte van de straf vormden geen beletsel.
Verder wees de rechtbank erop dat het vertrouwensbeginsel in deze zaak geen bespreking behoeft en dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd is gezien de omstandigheden, waaronder het illegaal verblijf van eiser in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde in redelijkheid tot uitlevering heeft kunnen besluiten en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de kosten.