ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1507
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en beroep inzake aanvraag verblijfsvergunning op grond van TBV 1999/23
Eiser heeft verzocht om heroverweging van een beslissing waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag op grond van TBV 1999/23 ongegrond werd verklaard. Verweerder beschouwde het verzoek tot heroverweging als een onvolledige nieuwe aanvraag en verwees eiser naar de korpschef. Eiser betoogde dat deze brief van verweerder een besluit in de zin van de Awb is en rechtsgevolgen heeft, omdat het de facto een afwijzing inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 17 juli 2001 geen uitdrukkelijke weigering bevat om een besluit te nemen en slechts een poging is tot kanalisatie van de besluitvorming. Het belang van rechtsbescherming rechtvaardigt niet het kwalificeren van deze brief als een beschikking. Tevens is niet onomstotelijk vast dat het mvv-vereiste in een aanvraagtraject kan worden tegengeworpen.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels op het bezwaar had beslist. Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten wegens de vertraging. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees de Staat aan als rechtspersoon voor de vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door de rechtbank 's-Gravenhage op 17 juni 2003, waarbij hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar ongegrond.