ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1504
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken gemotiveerd onttrekkingsgevaar bij vreemdeling
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling die op 24 juni 2003 in bewaring werd gesteld wegens vermoedelijk onttrekkingsgevaar aan uitzetting. Verweerder stelde dat de bewaring gerechtvaardigd was vanwege strafrechtelijke antecedenten en het ontbreken van een identiteitsdocument. De rechtbank constateerde dat de vreemdeling in het bezit was van een nationaal paspoort en dat eerdere veroordelingen niet automatisch onttrekkingsgevaar rechtvaardigen.
De verdachte ontkende de verdenking van poging tot doodslag en verklaarde dat hij uitweek voor een steen op de weg. Er was geen bewijs dat hij niet aan zijn meldplicht voldeed of zich in de normale opvang bevond. Verweerder had geen gemotiveerde onderbouwing gegeven waarom ondanks deze omstandigheden toch onttrekkingsgevaar bestond.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring daardoor onrechtmatig was en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van €830 voor de ten onrechte doorgebrachte dagen in politiecel en huis van bewaring. Tevens werden de proceskosten aan de Staat der Nederlanden opgelegd. De kennisgeving van het besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep gegrond. De maatregel werd opgeheven met ingang van de uitspraakdatum.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van een schadevergoeding van €830,-.