ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1502
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige ophouding en bewaring vreemdeling wegens ontbreken voorafgaande staandehouding
Eiser werd op 9 juli 2003 aangehouden wegens rijden zonder geldig rijbewijs en later overgedragen aan de vreemdelingendienst omdat zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie niet konden worden vastgesteld. Hij werd opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000, zonder dat vooraf een staandehouding had plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat volgens de wetstekst een ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, voorafgegaan moet worden door een staandehouding op grond van het eerste lid. Verweerder stelde dat dit niet noodzakelijk was, maar de rechtbank volgde dit niet. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard omdat niet was gebleken dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond voorafgaand aan de ophouding.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding en daaropvolgende bewaring onrechtmatig waren en beval de opheffing van de bewaring. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend van €760,- en werden de proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. Tegen de beslissing inzake schadevergoeding is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige ophouding.