ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1424
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling vóór beslissing asielberoep
Verzoeker, een Somalische vreemdeling, diende op 19 januari 2002 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in, welke op 13 mei 2002 werd afgewezen. Tegen deze afwijzing stelde hij beroep in, dat schorsende werking heeft, waardoor hij rechtmatig verblijf had totdat op het beroep werd beslist. Desondanks werd verzoeker op 25 maart 2003 ongewenst verklaard vanwege een eerdere strafrechtelijke veroordeling en op 16 mei 2003 uitgezet naar zijn land van herkomst, nog voordat op het asielberoep was beslist.
De rechtbank overweegt dat uitzetting vóór de beslissing op het beroep in strijd is met artikel 3 EVRM Pro (verbod op onmenselijke behandeling) en artikel 13 EVRM Pro (recht op een effectief rechtsmiddel). Tevens is het grondwettelijke recht op toegang tot de rechter geschonden. Verweerder heeft bovendien het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel geschonden door eerst spoedige behandeling van het beroep te verzoeken en vervolgens toch uitzetting te effectueren.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet terecht tot uitzetting heeft besloten en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Verweerder wordt gelast verzoeker op kosten van de Staat terug te geleiden naar Nederland en niet opnieuw uit te zetten totdat vier weken na beslissing op het beroep zijn verstreken. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank gelast teruggeleiding van verzoeker naar Nederland en verbiedt hernieuwde uitzetting tot vier weken na beslissing op het asielberoep.