ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende onderbouwing
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat zij vanwege haar betrokkenheid bij de Mujaheddin en detentie in Iran gegronde vrees voor vervolging heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat haar aanvraag gegrond was, mede door het ontbreken van documenten en twijfels over de geloofwaardigheid van haar verklaringen.
De rechtbank constateerde dat verweerder in het voornemen en de beschikking niet consequent dezelfde terminologie gebruikte om de geloofwaardigheid van eiseres' verklaringen te duiden, maar dat dit in de gegeven context verdedigbaar was. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat het relaas ongeloofwaardig was, onder meer omdat eiseres geen concrete namen kon noemen van betrokkenen bij de Mujaheddin en onwaarschijnlijke verklaringen gaf over haar vertrek uit Iran.
Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij twijfelde aan haar geloofwaardigheid en onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische klachten en het traumabeleid. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder niet gehouden was om op deze punten nader te motiveren, omdat het verband met haar vertrek niet was aangetoond.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging aannemelijk had gemaakt en geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro kon verkrijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de kosten werden niet aan een van de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onderbouwing.