ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke vervolgingsdreiging in Togo
Eiser, een Togolees, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus en humanitaire gronden. Hij stelde dat hij vanwege politieke activiteiten en een ontsnapping uit de gevangenis in negatieve belangstelling van de autoriteiten stond. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van persoonlijke dreiging.
De rechtbank overwoog dat verweerder na een eerdere vernietiging van een beschikking door de rechtbank in de AC-procedure, in redelijkheid van een algemeen onderzoek kon afzien. De omstandigheden van eiser waren individueel en verweerder had voldoende gelegenheid gegeven om zijn verhaal toe te lichten.
De rechtbank concludeerde dat de politieke situatie in Togo niet zodanig was dat automatisch een verblijfsvergunning moest worden verleend en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico liep op foltering of onmenselijke behandeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.