ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0761
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke vrijspraak
Eiser is in bewaring gesteld aansluitend op een strafrechtelijke ophouding, terwijl hij door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam op 5 juni 2003 is vrijgesproken. Eiser betoogt dat de vreemdelingenbewaring onrechtmatig is omdat ten tijde van zijn aanhouding geen redelijk vermoeden bestond dat hij verdachte was.
De rechtbank overweegt dat het niet aan de vreemdelingenrechter is om de rechtmatigheid van de strafrechtelijke aanhouding en inverzekeringstelling te toetsen; dit is de taak van de rechter-commissaris. In deze zaak heeft de rechter-commissaris geoordeeld dat de aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig waren, en tegen dit oordeel staat geen hoger beroep open.
De rechtbank oordeelt verder dat de gronden voor de vreemdelingenbewaring, zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, terecht zijn vastgesteld. Nationale veiligheidsaspecten spelen geen rol in het bestreden besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.