ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0727
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning Hutu met Rwandese nationaliteit
Verzoeker, een Hutu met de Rwandese nationaliteit geboren en opgegroeid in de Democratische Republiek Congo (DRC), diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze af wegens het ontbreken van documenten en de vermeende ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. Verzoeker betoogde dat het ontbreken van documenten niet aan hem kan worden toegerekend en dat verweerder ten onrechte zijn geloofwaardigheid in twijfel trok.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de afwijzing gebaseerd was op een cirkelredenering waarbij de geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van documenten elkaar wederzijds beïnvloedden, wat niet toelaatbaar is. Daarnaast werd geoordeeld dat het niet redelijk was om te verwachten dat verzoeker zijn ticket of instapkaart bewaarde, mede gezien het tijdsverloop en het ontbreken van aanwijzingen dat hem dit was medegedeeld.
Verder nam de rechter kennis van de gedetailleerde en onderbouwde argumenten van verzoeker over zijn beperkte kennis van de Hutu-cultuur door zijn leven in de DRC en de assimilatie met de Zaïrese bevolking. Dit maakte het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Het beroep werd gegrond verklaard en het verzoek tot het achterwege laten van uitzetting toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.