ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering staatloosheid Somalië
Eiser, afkomstig uit Somalië, vroeg een verblijfsvergunning aan onder de beperking voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet staatloos zou zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat Somalië als staat kan worden beschouwd, omdat sinds 1991 geen effectief overheidsgezag aanwezig is. Hierdoor is niet voldaan aan het criterium van een staat volgens het volkenrecht.
Daarnaast is het toepassingsbereik van het beleid in paragraaf C2/8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 onduidelijk, met name of de facto staatloosheid daaronder valt. Verweerder kon hierover geen standpunt innemen, waardoor het besluit aan draagkrachtige motivering ontbreekt. Ook is artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 ruimer geformuleerd dan het beleid, waardoor ook niet-staatlozen onder de beperking kunnen vallen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.