ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0717
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering verblijfsvergunning staatloze vreemdeling uit Somalië ongegrond verklaard
De vreemdeling, van Somalische nationaliteit en verblijvend in Nederland, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking staatloze vreemdeling die buiten schuld niet kan vertrekken. Deze aanvraag werd geweigerd door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze weigering.
De vreemdeling voerde aan dat terugkeer naar Somalië via het Dubai-traject niet haalbaar is, omdat slechts twee personen begin dit jaar via deze route terugkeerden en het EU-document in Puntland niet wordt geaccepteerd. Ook werd het Nairobi-traject betwist vanwege het ontbreken van gezag om Somalische paspoorten af te geven. Verweerder stelde dat via Nairobi dertien personen succesvol waren teruggekeerd en dat terugkeer via Dubai binnenkort weer mogelijk zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat het vooralsnog niet onmogelijk is voor de vreemdeling om aan de wettelijke vertrekplicht te voldoen, mede gezien de terugkeer via Nairobi. De vrijheidsontnemende maatregel werd daarom gerechtvaardigd geacht en het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 4 juli 2003. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd.