ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0700
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake weigering verblijfsvergunning zelfstandige en ongewenstverklaring
Eiser, een Turkse onderdaan die sinds 1992 in Nederland verblijft, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning met als doel het verrichten van zelfstandige arbeid. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde ook het bezwaar ongegrond. De rechtbank beoordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had of de regeling van artikel 16a Vreemdelingenwet een beperking vormde van het recht van vestiging en verblijf zoals dat gold op 1 januari 1973, conform de standstill-bepaling in het Aanvullend Protocol.
Voorts had verweerder nagelaten om de stellingen van eiser over de mogelijke strijdigheid van de ongewenstverklaring met toelating en vestiging te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) niet leidt tot buitenbehandelingstelling, maar tot afwijzing van de aanvraag. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de eerdere uitspraken en overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.