ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9734
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering groepsvervolging Azerbeidzjan
Eiseres, afkomstig uit Azerbeidzjan en van gemengde etnische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning als vluchteling vanwege de vrees voor vervolging op grond van haar Armeense afkomst en huwelijk. De Minister wees de aanvraag af, stellende dat er geen sprake was van vluchtelingenrechtelijke vervolging enkel op basis van etnische afkomst.
De rechtbank onderzocht het ambtsbericht van augustus 2001, waaruit bleek dat tussen 1988 en 1992 sprake was van groepsvervolging van etnisch Armeniërs en gemengd gehuwden in Azerbeidzjan. Hoewel na 1994 geen etnische zuiveringen meer plaatsvonden, was dit vooral omdat vrijwel alle personen van Armeense afkomst het land hadden verlaten.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van de Minister onvoldoende was, omdat deze geen andere bronnen dan het ambtsbericht had genoemd en het ambtsbericht juist een risico op vervolging bevestigde. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de Minister opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de positie van eiseres en haar dochter.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.