ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9644
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking asielaanvraag wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Verzoeker, een Iraanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de relatie van verzoeker met een vrouw en de gevolgen daarvan. In het voornemen werd slechts een deel van het relaas als ongeloofwaardig beoordeeld, maar in de definitieve beschikking werd een algehele ongeloofwaardigheid geconcludeerd, inclusief het bestaan van de relatie zelf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze gewijzigde feiten- en belangenafweging een nieuw voornemen had moeten volgen, zodat verzoeker hierop kon reageren. Het nalaten hiervan was in strijd met artikel 3:119 van Pro het Vreemdelingenbesluit 2000 en het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de beschikking vernietigd.
De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat verzoeker niet meer met uitzetting werd bedreigd. Verzoeker werd in de proceskosten van € 644 veroordeeld. Een schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan specificatie.
Uitkomst: De beschikking van 31 januari 2003 wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.