ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9634
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gelegenheid tot overlegging documenten
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit, diende op 6 april 2003 een asielaanvraag in. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees deze aanvraag op 9 april 2003 af, mede vanwege het ontbreken van originele identiteits- en nationaliteitspapieren. Verzoeker had tijdens het eerste gehoor aangegeven dergelijke documenten niet bij zich te hebben, maar gaf aan dat zijn tante documenten zou faxen.
Bij de behandeling van het beroep bleek dat verzoeker slechts tweeënhalve dag had om de gevraagde originele documenten vanuit Iran naar Nederland te laten komen, wat onvoldoende was. Verzoeker had wel faxen van onder meer zijn rijbewijs en geboorteakte overgelegd. De rechtbank stelde vast dat de IND onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door het ontbreken van originele documenten zwaar mee te wegen in de afwijzing.
De rechtbank vernietigde de beschikking van 9 april 2003 en beval de IND om opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd de IND veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €966 aan verzoeker. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming en voldoende gelegenheid voor aanvragers om documenten te overleggen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid.