ECLI:NL:RBSGR:2003:AH8568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens strijd met artikel 8 EVRM
Eiser, van Joegoslavische nationaliteit, kreeg in 1997 een verblijfsvergunning als vluchteling toegekend. Na een onderzoek naar zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland, waar deze was afgewezen, besloot de Minister de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in te trekken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens.
De rechtbank beoordeelde of het besluit aan de geschreven en ongeschreven rechtsregels voldeed, met name de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro over het recht op familie- en gezinsleven. Hoewel de Vreemdelingenwet 2000 een strikte scheiding maakt tussen asiel- en reguliere verblijfsvergunningen, oordeelde de rechtbank dat ook bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel artikel 8 EVRM Pro een rol moet spelen.
Eiser had een relatie met een Nederlandse vrouw en samen een dochter, wat een familie- of gezinsleven vormt dat bescherming verdient. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit onvoldoende had meegewogen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van artikel 8 EVRM Pro.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. De rechtbank benadrukte dat het verstrekken van onjuiste gegevens een reparatoire maatregel is, maar dit sluit toetsing aan artikel 8 EVRM Pro niet uit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.