ECLI:NL:RBSGR:2003:AG0184
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning geweigerd ondanks persoonlijke vervolging en bedreiging in Bosnië-Herzegovina
Eisers, moslims afkomstig uit Bosnië-Herzegovina, vroegen een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000, stellende dat zij persoonlijk vervolgd werden vanwege hun etnische achtergrond en dat zij bedreigd werden na weigering tot spionage.
De minister wees de aanvragen af met het argument dat niet aannemelijk was gemaakt dat sprake was van persoonlijke vervolging, dat eisers zich tot autoriteiten konden wenden, en dat er een vestigingsalternatief bestond in de Moslim-Kroatische Federatie. Tevens werd gesteld dat eiser geen ontslagprocedure was gestart en dat desertie geen vluchtelingenstatus rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelt dat de minister de persoonlijke situatie onvoldoende heeft meegewogen, met name de bedreigingen en de context van de Republiek Srpska. Ook is onredelijk van eiser verlangd dat hij schriftelijk ontslag zou nemen, terwijl dit levensgevaarlijk was. Het standpunt dat internationale organisaties bescherming konden bieden, is niet onderbouwd.
Daarom vernietigt de rechtbank de bestreden besluiten en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt zij de staat tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de minister en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak.