ECLI:NL:RBSGR:2003:AG0160
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding hersteltermijn vreemdelingenkamer
Bij uitspraak van 26 juli 2002 heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen een besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift. Opposant deed hiertegen verzet en stelde dat de Richtlijnen Vreemdelingenkamer toelaten rekening te houden met gronden die na de hersteltermijn worden ingediend.
De rechtbank overwoog dat de herstelverzuimtermijn van vier weken, zoals vastgelegd in de richtlijnen en artikel 6:6 Awb Pro, strikt moet worden nageleefd. De gronden werden pas na afloop van deze termijn ingediend, zonder een gemotiveerd verzoek tot verlenging. Dit leidde tot de conclusie dat het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank zag geen reden om van de richtlijnen af te wijken, aangezien opposant niet aannemelijk had gemaakt dat het in redelijkheid niet van hem kon worden gevergd binnen de termijn te handelen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep gehandhaafd.