ECLI:NL:RBSGR:2003:AG0141
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring zeventienjarige wegens onrechtmatige plaatsing
Eiseres, een zeventienjarige vreemdelinge, werd in vreemdelingenbewaring gehouden in een huis van bewaring zonder dat zij gescheiden werd gehouden van volwassenen. De rechtbank oordeelt dat dit in strijd is met artikel 2 en Pro 9 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj), gelezen in samenhang met artikel 37 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), die voorschrijven dat minderjarige vreemdelingen in een jeugdinrichting moeten worden geplaatst.
Verweerder voerde aan dat organisatorische redenen het niet mogelijk maakten om aan deze eis te voldoen en dat opheffing van de bewaring niet in het belang van eiseres zou zijn. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat het ontbreken van een geschikte voorziening voor rekening van verweerder komt en dat het belang van eiseres niet rechtvaardigt dat zij met volwassenen wordt gemengd.
Hoewel eiseres binnen enkele dagen meerderjarig zou worden, achtte de rechtbank dit onvoldoende om de onrechtmatigheid te rechtvaardigen. Gezien het feit dat verweerder niet bereid was de wijze van tenuitvoerlegging aan te passen, beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de proceskosten van € 322,-.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de vreemdelingenbewaring van de zeventienjarige wegens onrechtmatige plaatsing zonder scheiding van volwassenen.