ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Timmermans
- Wapenaar
- Schirmeister
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 10 juni 2003 een vordering van de officier van justitie tot vaststelling en ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde, voortvloeiend uit een eerdere veroordeling wegens medeplegen van oplichting en valsheid in geschrifte.
De officier van justitie baseerde de vordering op een rapport van de financiële recherche waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat tussen € 22.689,01 en € 28.361,26, mede gebaseerd op verklaringen van een medeverdachte. Tijdens de zitting werd de veroordeelde gehoord en bijgestaan door raadsman.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de medeverdachte niet consistent waren en geen steun vonden in andere bewijsmiddelen. Hierdoor was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om het wederrechtelijk verkregen voordeel op verantwoorde wijze vast te stellen.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af, ondanks het feit dat het strafbare feit tot wederrechtelijk voordeel had geleid. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.