ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9669
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- J.T.M. Nijenhof
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na onrechtmatige intrekking vestigingsvergunning en uitzetting
De rechtbank 's-Gravenhage heeft in deze bestuursrechtelijke zaak geoordeeld over de omvang van de schadevergoeding na onrechtmatige intrekking van de vestigingsvergunning van verzoeker en diens daaropvolgende uitzetting. Het beroep was eerder gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarna de procedure zich richtte op de schadevergoeding.
Verzoeker diende diverse materiële schadeposten in, waaronder hotelkosten, ziekenhuiskosten en huurkosten. De rechtbank oordeelde dat de hotelkosten niet vergoed worden omdat verzoeker onvoldoende duidelijkheid gaf over de specificatie en duur van het verblijf. De ziekenhuiskosten werden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het verband met het schadeveroorzakende besluit. De huurkosten werden niet vergoed omdat verzoeker het standpunt van verweerder dat deze kosten niet als schade gelden niet betwistte.
Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank de Staat tot een schadevergoeding van €4.951,36 en tot vergoeding van proceskosten van €161,-. De uitspraak is gedaan door rechter J.T.M. Nijenhof en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2001.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van €4.951,36 schadevergoeding en €161,- proceskosten aan verzoeker.