ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9314
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf bij verblijf in Nederland
Eiseres, afkomstig uit Tsjechië en sinds 1993 in Nederland verblijvend, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) onder de beperking arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat een mvv bedoeld is om legale binnenkomst in Nederland mogelijk te maken en niet om verblijf achteraf te legaliseren.
De rechtbank stelt vast dat de wetgever bij de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 het vereiste van het indienen van de aanvraag in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf niet heeft laten vallen. Hoewel partijen het erover eens zijn dat een mvv in Nederland kan worden aangevraagd, is het geschil of deze ook in Nederland kan worden verleend en afgegeven terwijl de vreemdeling daar verblijft.
De rechtbank volgt verweerder in de uitleg dat het wezenlijke karakter van een mvv is dat deze voorafgaand aan binnenkomst in Nederland wordt verleend. De aangehaalde arresten van het Europese Hof van Justitie nopen niet tot een andere interpretatie. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van schending van de hoorplicht en dat de bezwaren van eiseres geen aanleiding geven tot vernietiging van het besluit. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.