ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9278
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing heroverweging verblijfsvergunning en humanitaire gronden
Eiseres, een vrouw van Ethiopische nationaliteit, verzocht om heroverweging van een eerdere afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. Tevens deed zij een beroep op haar staatloosheid en de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Verweerder had haar verzoeken afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in zijn verweerschrift terugkwam op het eerdere standpunt dat het verzoek tot heroverweging ongegrond was, en dat dit verzoek alsnog in behandeling zou worden genomen voor asielgerelateerde aspecten. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit in zoverre een onvoldoende gemotiveerde beslissing bevatte en vernietigde dit deel van het besluit.
Ten aanzien van de aanvraag op humanitaire gronden overwoog de rechtbank dat eiseres geen beperking had opgegeven en dat verweerder op basis van het dossier een passende beperking had gekozen. De rechtbank vond de handelwijze van verweerder niet onredelijk. Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij niet in het bezit kan komen van een geldig reisdocument, hetgeen van haar werd verlangd volgens het beleid voor staatlozen.
Ook het beroep op de Tijdelijke regeling witte illegalen faalde, omdat eiseres niet voldeed aan het paspoortvereiste. De rechtbank vond dat verweerder terecht van het paspoortvereiste was uitgegaan. Het beroep wegens schending van de hoorplicht werd eveneens verworpen. De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt deels vernietigd, met een veroordeling van de Staat tot betaling van proceskosten.