ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9262
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning geweigerd wegens ontbreken geldige mvv, beroep op hardheidsclausule gegrond
Eiser, sinds zijn achtste levensjaar in Nederland verblijvend, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning die niet tijdig was ingediend. Verweerder beoordeelde de aanvraag terecht als een eerste toelatingsaanvraag, waarvoor een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vereist is. Eiser stelde zich op het standpunt dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste kon krijgen op grond van de terugkeeroptie, maar de rechtbank oordeelde dat deze optie niet op hem van toepassing was omdat hij niet vanuit zijn land van herkomst een aanvraag deed.
Eiser deed vervolgens een beroep op de hardheidsclausule van artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit 2000. Hij voerde aan sinds zijn jeugd in Nederland te verblijven, geen familie in Marokko te hebben, de taal niet te spreken, in Nederland te werken en financieel niet in staat te zijn terug te keren. De rechtbank overwoog dat het mvv-vereiste is bedoeld voor emigratie vanuit het land van herkomst, wat hier niet aan de orde is. Vasthouden aan het mvv-vereiste leidt in dit geval tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor eiser niet uit Nederland mag worden verwijderd gedurende de bezwaarprocedure. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten werden aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens toepassing van de hardheidsclausule.