ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9254
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens contra-indicatie criminele activiteiten
Eiser, een Iraanse vreemdeling, diende op 17 december 1999 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Deze werd door verweerder afgewezen op grond van een contra-indicatie criminele activiteiten, gebaseerd op informatie uit het Uittreksel Justitieel Documentatieregister waarin een transactie wegens vernieling werd vermeld.
Eiser betwistte dat sprake was van een aanvaarde transactie en stelde dat hij slechts de schade had vergoed. Hij overlegde stukken die twijfel zaaiden over de juistheid en volledigheid van de informatie waarop het besluit was gebaseerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder in beginsel mocht uitgaan van het Justitieel Documentatieregister, maar dat artikel 3:2 Awb Pro onder omstandigheden nader onderzoek vereist, vooral wanneer door de vreemdeling overgelegde gegevens twijfel oproepen.
Verweerder had nagelaten een hoorzitting te houden of nader onderzoek te verrichten, waardoor eiser niet de kans kreeg om aanvullende informatie te verstrekken. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.