ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9116
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen weigering machtiging tot voorlopig verblijf in kader gezinshereniging
Eiseres, geboren in 1978, heeft tussen haar vierde en negentiende levensjaar vijf jaar rechtmatig in Nederland verbleven, maar het grootste deel van haar leven in Marokko doorgebracht. Zij verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van de terugkeeroptie, welke door verweerder werd geweigerd omdat Nederland niet als het meest aangewezen land werd beschouwd. De rechtbank overweegt dat ondanks haar redelijke kennis van de Nederlandse taal, eiseres onvoldoende banden met Nederland heeft opgebouwd. Haar opleiding en belevingswereld, hoewel deels in Nederland, zijn niet doorslaggevend omdat zij ook in Marokko onderwijs heeft genoten en daar een beroepsopleiding volgt.
Verweerder stelde dat de relatie tussen eiseres en haar in Nederland wonende broers niet als gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro kan worden aangemerkt vanwege het ontbreken van 'more than normal emotional ties'. De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van het EHRM in de zaak Marckx en oordeelt dat de relatie tussen broers en zussen wel degelijk onder gezinsleven valt. De rechtbank acht het niet aan haar om als eerste te beoordelen of sprake is van inmenging in de zin van artikel 8 EVRM Pro en of een positieve verplichting tot het verlenen van een mvv bestaat.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met de opdracht aan verweerder om opnieuw te beslissen.