ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8886
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige beëindiging van verstrekkingen asielzoekers door COA
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende in 1998 een asielaanvraag in die werd afgewezen. Na diverse procedures vroeg hij heroverweging van het besluit, welke werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De kern van het geschil betrof de vraag of de feitelijke beëindiging van de verstrekkingen door het COA rechtmatig was. Verweerder stelde dat de beëindiging van rechtswege plaatsvond door een meeromvattende beschikking, waardoor geen besluit in de zin van de Awb nodig was. Eiser betoogde dat er geen meeromvattende beschikking was en dat een besluit tot beëindiging vereist was.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om heroverweging geen aanvraag om een verblijfsvergunning was en dat het besluit van 21 januari 2002 geen meeromvattende beschikking vormde. Hierdoor was de feitelijke beëindiging van de verstrekkingen zonder rechtsgeldig besluit onrechtmatig. Het beroep werd gegrond verklaard en de beëindiging vernietigd.
Ten aanzien van de voorlopige voorziening werd het verzoek afgewezen omdat het hoofdberoep de kwestie afdekte. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de feitelijke beëindiging van de verstrekkingen door het COA wordt vernietigd.