ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8837
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbrekende volmachtverklaring advocaat
Opposant, vertegenwoordigd door mr. R.M.J. Lanting, had beroep ingesteld tegen een besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de advocaat niet had verklaard dat hij bepaaldelijk was gevolmachtigd, zoals vereist volgens artikel 70 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
In het verzet betoogde opposant dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. De rechtbank Zutphen had inmiddels het standpunt ingenomen dat het volstaat dat expliciet wordt verklaard of blijkt dat de advocaat gemachtigd is, zonder dat een specifieke volmachtverklaring noodzakelijk is.
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat in dit geval de gemachtigde van opposant in de beroepschriften had verklaard gemachtigd te zijn, waardoor aan de eis van artikel 70, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 was voldaan. De niet-ontvankelijkverklaring was daarom onterecht.
Op grond van artikel 8:55, zevende lid, Awb vervalt de eerdere uitspraak en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond, met behoud van de schorsende werking van het beroep. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2003.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt ontvankelijk verklaard, waarna het onderzoek wordt voortgezet.