ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7898
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-verlenging verblijfsvergunning asiel en schending artikel 8 EVRM bij gezinsleven met Irakese echtgenoot
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, verzocht in 1998 om toelating als vluchteling en verlenging van een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze aanvragen af, maar verleende een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Na bezwaar en beroep besloot verweerder de vvtv niet te verlengen, wat eiseres aanvocht bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen persoonlijk risico op vervolging in Irak aannemelijk had gemaakt en dat er geen sprake was van een reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling. De beleidswijziging van verweerder om geen verblijfsvergunningen meer te verlenen aan Iraakse asielzoekers werd als redelijk beoordeeld.
Echter, de rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro), vooral gezien de aanvraagdatum van eiseres vóór 1 juli 1998 en het vertrekmoratorium voor asielzoekers uit Centraal-Irak. De echtgenoot van eiseres, geboren in Centraal-Irak, is genaturaliseerd Nederlander, maar dit biedt onvoldoende waarborg voor toegang tot Noord-Irak. Daarom werd het beroep tegen het besluit tot niet-verlenging van de vvtv gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van de proceskosten aan eiseres. Het beroep tegen de niet-toelating als vluchteling bleef ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Beroep tegen niet-toelating als vluchteling ongegrond, beroep tegen niet-verlenging verblijfsvergunning gegrond en besluit vernietigd.