ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning regulier wegens ongewenstverklaring en ambtshalve toetsing
Eiser, een staatloze vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, maar deze werd geweigerd omdat hij onherroepelijk ongewenst is verklaard. De rechtbank overweegt dat een vreemdeling die opheffing van een ongewenstverklaring wenst, daarvoor een aparte aanvraag moet indienen, welke eiser reeds heeft gedaan en die onherroepelijk is afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht niet heeft getoetst of de weigering in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat bij een eerdere uitspraak al is geoordeeld dat de weigering redelijk was en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Verder wordt benadrukt dat verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd alleen op aanvraag kunnen worden verleend, behalve de in de wet genoemde uitzonderingen.
Eisers beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard. Ook is geen sprake van een verplichting om eiser te horen bij het bezwaarschrift, omdat de bezwaren duidelijk ongegrond zijn. De rechtbank wijst een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.