ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7801
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M. Bruin
- A.T.B. de Vries
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling procesbelang en ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Eiser, van Sierraleoonse nationaliteit, verzocht op 8 december 1999 om toelating als vluchteling. Aan hem werd bij besluit van 7 december 2001 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend met ingang van 1 juni 2001. Eiser betwistte deze ingangsdatum en stelde dat hij recht had op een eerdere datum, namelijk de datum van zijn aanvraag.
De rechtbank overwoog dat verweerder destijds een categoriaal beschermingsbeleid voerde voor Sierra Leone, dat met terugwerkende kracht een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) impliceerde. Dit beleid was echter op 3 januari 2000 afgeschaft, waardoor een vergunning met ingang van de aanvraagdatum niet werd verleend.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en stelde vast dat eiser wel procesbelang had bij het betwisten van de ingangsdatum van de verleende vergunning, maar niet bij het betwisten van de weigering van een vergunning op andere gronden dan artikel 29, eerste lid, onder d, Vw.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde omdat niet was toegelicht waarom de ingangsdatum niet op de datum van aanvraag was vastgesteld. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover de ingangsdatum op 1 juni 2001 was gesteld, en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover de ingangsdatum van de vergunning op 1 juni 2001 is vastgesteld.