ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7747
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens aanvraag buiten land van herkomst
Eiseres, een Bulgaarse nationaliteit, heeft in Nederland een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd met het doel zelfstandig te werken. De aanvraag is door de Minister van Buitenlandse Zaken afgewezen omdat een mvv volgens de Vreemdelingenwet 2000 in het land van herkomst of bestendig verblijf moet worden aangevraagd en afgewacht.
Eiseres betoogde dat de gewijzigde definitie van mvv in de Vreemdelingenwet 2000 en jurisprudentie van het Hof van Justitie een aanvraag in Nederland mogelijk maken, mede vanwege de lange behandelingsduur bij de ambassade in Sofia. De rechtbank oordeelt echter dat uit de wetsgeschiedenis, de tekst van de wet en het stelsel van uitzonderingen blijkt dat het mvv-vereiste onverkort geldt en dat de aanvraag in het buitenland moet plaatsvinden.
De rechtbank stelt dat de arresten van het Hof van Justitie inzake Barkoci en Malik en Jany het Nederlandse stelsel van voorafgaande controle niet verbieden en dat deze niet impliceren dat een mvv in Nederland kan worden aangevraagd. Ook het beroep op het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel slaagt niet.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de mvv-aanvraag. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat een mvv in het land van herkomst of bestendig verblijf moet worden aangevraagd en afgewacht.