ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van vermeend misbruik van procesrecht niet gerechtvaardigd
Verzoeker, een Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door verweerder werd afgewezen op grond van vermeend misbruik van procesrecht. Verweerder stelde dat de aanvraag slechts was ingediend om een uitzetting naar Noorwegen te frustreren, waar verzoeker reeds vluchtelingenstatus genoot. De rechtbank oordeelde dat het concept van misbruik van procesrecht niet in de wet is neergelegd en dat het indienen van een aanvraag onderdeel is van het non-contentieuze bestuursprocesrecht.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had aangetoond dat sprake was van misbruik van recht of bevoegdheid door verzoeker. Ook ontbrak een motivering waarom een binnenwettelijke procedure, zoals de AC-procedure, niet mogelijk was. Verzoeker had bovendien geen gelegenheid gekregen om zijn zienswijze te geven en was pas op het laatste moment geïnformeerd over zijn uitzetting.
Hoewel het bestreden besluit naar voorlopig oordeel onrechtmatig was en voor vernietiging in aanmerking kwam, zag de rechtbank geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Dit omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat terugkeer naar Noorwegen een schending van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. De rechtbank wees het verzoek af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de afwijzing van de asielaanvraag op grond van vermeend misbruik van procesrecht komt voor vernietiging in aanmerking.